AKKERBOUW EXPERT
Wat willen ze nou? Peter Kooman, landbouwkundige bij Solynta
STEL DOELEN. DE TELER BEPAALT HOE DIE TE HALEN
D
it jaar ben ik onder meer betrokken bij fertigatie- proeven in hybride aardappelen. Fertigatie is de techniek waarbij je door middel van druppelslangen water en nutriënten aan het gewas geeft. Een ideale techniek zou je zo zeggen, want je brengt nutriënten op de plaats waar het nodig is op het moment dat het nodig is en daarnaast gebruik je een minimale hoeveelheid water om het gewas optimaal te laten groeien. Met een minimale hoeveelheid input en verliezen naar de omgeving bereik je een maximale output. Als je de kranten leest, dan accepteert ‘de maatschappij’ deze tech- niek in de toekomst niet meer, er wordt namelijk kunstmest gebruikt en oplossen van dierlijke mest of compost in een druppelleiding is nou eenmaal moeilijk te verwezenlijken. Hier wenst ‘de maatschap- pij’ dus iets anders dan deze op zich rationele oplossing voor opti- maal gebruik van water met minimaal verlies aan nutriënten naar het milieu.
Als het over de toekomst van de voedselproductie gaat zien we wel meer van dit soort tegenstrijdigheden. In het geval van phythophtora- bestrijding bijvoorbeeld wil ‘de maatschappij’ de chemie afschaffen en tegelijkertijd geen nieuwe veredelingstechnieken toestaan. Dat de huidige veredeling nog niet voldoet bleek in de derde week van juli, toen ik door de Flevopolder fi etste en de polder al bruin zag door de afgebrande (biologische) aardappelen vanwege de hoge phythoph- thorabesmetting.
Het lijkt erop dat de akkerbouwer klem komt te zitten tussen al deze tegenstrijdigheden en zelf geen of beperkte mogelijkheden krijgt om deze op te lossen. We zien in toenemende mate dat de maatschap- pij oplossingen aandraagt voor de landbouw zonder achtergrondken- nis van mogelijkheden en consequenties. Vervolgens worden deze oplossingen omgezet in beleid, wetten en regeltjes. Bij die laatste stap lijken vooral politieke en juridische haalbaarheid een grote rol te spelen. Hierbij wordt de creativiteit en de kennis vanuit de sector voor een groot gedeelte genegeerd.
Het is misschien handig dat de sector eerst eens met een gemeen- schappelijke eenduidige visie komt met gemeenschappelijke doelen waar we over tien jaar willen staan. Hierbij moeten akkerbouwers binnen de sector de onderlinge verschillen over hoe dat te bereiken opzij zetten. Voorbeelden hiervan zijn doelen met betrekking tot vermindering van uitstoot van nutriënten naar de omgeving, vermin- dering van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en verhogen van natuurwaarden. Hoe dit te bereiken moet aan de ondernemers in de sector zelf worden overgelaten. Alleen op deze manier wordt alle beschikbare kennis en creativiteit gebruikt. Als de sector het niet zelf gaat regelen, wordt het beslist door ‘de maatschappij’ met alle onkun- de en politieke en juridische tekortkomingen.
A24
BOERDERIJ 105 — no. 46 (11 augustus 2020)
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24