Gastenverhaal
De 3-jarige krullenbol Fleur had altijd al een hees stemmetje. De huisarts dacht aan een onschuldig poliepje op haar stemband, maar het consultatiebureau stuurde haar voor de zekerheid door. Dat bleek maar goed ook. “Zelfs het dunste beademingsbuisje paste amper”, vertelt moeder Annemarie. “Fleur was stikbenauwd.”
“We reden naar het VU medisch centrum en ik zag met koeienletters Cancer Center op de gevel staan. Ik dacht: dit kan toch niet waar zijn? We gaan dit vrolijke grietje toch niet verliezen?” Annemarie herinnert zich nog goed hoe nerveus zij en haar man Douwe waren bij de eerste operatie van hun dochter. “Angst. Dat is hét woord.” De gezwellen op de stembanden van Fleur bleken gelukkig goedaardig. Maar ze groeien steeds heel snel weer aan. Fleur is inmiddels acht jaar en ze is al 25 keer geopereerd. “De artsen moeten haar nu een volwassen narcosemiddel geven, omdat ze immuun is geworden voor de kinderdosis”, zegt moeder. “Want soms werd ze halverwege de operatie wakker.”
Zussen mee naar het Huis
De vele ziekenhuisbezoeken door het humaan papillomavirus (HPV, dat ook baarmoeder- halskanker veroorzaakt) hebben een grote impact op Fleur en haar drie zussen van 11, 16 en 19 jaar. Annemarie beantwoordt de vragen van haar dochters steeds eerlijk: ‘Ik weet niet of ze beter wordt, schat. We denken van wel, maar niemand weet het zeker.’ “Na de tiende operatie wist ik dat ik
4 [t]Huis
hun vragen niet langer kon beantwoorden. Ze moesten het zelf zien.” Annemarie belt naar de plek waar zij of haar man steeds een fijn tweede thuis vindt als Fleur naar het VUmc moet: Ronald McDonald Huis VUmc. ‘Kunnen mijn dochters misschien meekomen? Ik vind het geen punt om extra te betalen.’ De reactie aan de andere kant van de lijn bezorgt Annemarie een brok in haar keel. ‘Natuurlijk zijn jullie allemaal welkom! Het is hartstikke belangrijk dat die meiden hier zien hoe het gaat. En voor Fleur is het goed om haar zussen te zien.’
Begrijpen wat je doormaakt
Dat was de spijker op zijn kop. “Buren, familie en vrienden leven ook mee. Dat is hartstikke fijn. Maar ze kunnen zich niet voorstellen wat wij als gezin doormaken – gelukkig maar. Ik werd er emotioneel van dat er in het Huis mensen zijn die je precies begrijpen én hun best doen om het ietsje beter voor je te maken. De meiden mochten er allemaal een cadeautje uitzoeken. En ze konden al die dagen alles meemaken. Dat maakte veel indruk op ze. In het ziekenhuis zagen ze ook kale kindjes. Het deed mijn dochter van toen tien jaar resoluut
‘Hoi, ik ben er weer!’
Tekst: Godelief Swank, foto’s: Anne-Marie Peek
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20