Een zware muur op de verdieping had voor een flinke verzak- king van het plafond gezorgd. De schade is grotendeels her- steld. Het plafond is opgetild en goed vastgezet maar helemaal recht worden de lijsten niet meer.
Zand uit de buurt “Bij dit soort restauraties vind ik het belangrijk om het pand goed te leren kennen”, zegt Oud- man. “Ik probeer te achterhalen met wat voor materialen destijds is gewerkt, ik wil ervaren hoe het gebouw aanvoelt, waar het kouder is en waar warmer; dat soort dingen. Dan kun je oplossin- gen kiezen waarvan je zeker weet dat ze passen bij het huis en de situatie.” Bij de restauratie van kerken lost hij vaak wat van de originele mortel op om te onderzoeken wat er precies inzit, welk type zand en welke korrelgrootte er destijds zijn gebruikt. Voor deze restauratie was dat niet nodig. “Je weet bij zo’n havezate uit die tijd dat de mortels met zand uit de buurt zijn gemaakt. Dat is goed genoeg om te bepalen welk zand je voor de herstelwerk- zaamheden moet hebben.” In dit geval was dat gewoon metselzand met een gemiddelde korrel en vloerenzand met een grove korrel.
Brabants werk Naast dat zand gebruikte Oudman voor de repa- raties ook twee jaar oude Duitse putkalk. “Voor restauraties van kerken en gewelven maak ik ook vaak zo’n mortel. Daar weet ik goed wat het doet maar een gebouw als dit is toch anders. Vandaar dat we eerst een aantal proefvlakken hebben opgezet. Ook om te kijken welke menging het
beste zou aansluiten bij het bestaande werk. Die proefvlakken hebben we een maand laten staan. Als er dan geen krimp is dan weet je dat je een goede mortel voor de situatie hebt.” Het merendeel van de reparaties was op stenen wanden. Een uitzondering was er op de verdie- ping, daar was een wand met riet met houtkrul- len en houtsnippers ertussen voor isolatie. Het stucwerk is aangebracht op rinkellatten. Brabants werk, noemt Oudman dat. “Er zat een gat in de wand, zodoende kon ik die opbouw zien. We heb- ben dat dichtgezet met Stucanet en het stucwerk aangeheeld met de kalkzandmortel.”
De look van toen Afwerken van alle reparaties deed de restauratie- stukadoor eveneens met een zelf samengestelde mix, een combinatie van 70% kalk en 30% gips. Als je wilt dat de reparaties niet te zien zijn, moeten ze niet alleen goed aansluiten zonder overgangen, ook de structuur moet overeen- komen met het oude werk. Oude pleisterlagen zijn immers over het algemeen niet heel glad en strak. Bij Oldengaerde waren ze buiten de butsen en bobbeltjes ook streperig. Door een blokkwast over de nog natte pleisterlaag te halen, zorgde Oudman ervoor dat zijn reparatiewerk er net zo’n uiterlijk kreeg. Die truc paste hij ook toe op wan- den die volledig nieuw zijn. Daar zijn er verschil- lende van, een aantal daarvan bevat zelfs platen met ingefreesde verwarmingselementen. “Hoe goed je ook restaureert en bouwkundige zaken herstelt, het blijft een oud gebouw”, zegt Oud- man. “Het beste dat je kunt doen voor behoud is zorgen dat temperatuur en luchtvochtigheid con- stant blijven.” Daar moet de wandverwarming voor zorgen. De hoofdverwarming bestaat uit
Restauratie van een monumentale trap doe je ook niet met een stuk vurenhout
Op het midden ornament na is in de stijlkamer het plafond volledig verwijderd en opnieuw opgebouwd.
MEBEST oktober 2021 29
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48