This page contains a Flash digital edition of a book.
Doelstellingen Asfalt-Impuls Nederland is een asfaltland. Vrijwel alle belangrijke wegen bij zowel Rijkswater- staat als bij provincies, gemeenten en wegbeherende waterschappen bestaan uit asfalt. Deze wegen maken econo- mische en maatschappelijke activitei- ten mogelijk; een goed product ‘asfalt’ is dus een belangrijke voorwaarde voor de bedrijfszekerheid van de BV Neder- land. Doelstelling van het programma Asfalt-Impuls is op de eerste plaats het verlengen van de levensduur van onze wegen. Dat zal leiden tot lagere onder- houdskosten en minder verkeershinder. De doelstellingen van Asfalt-Impuls zijn tijdens de verkenningsronde en de daar- opvolgende Asfalt-Top gaandeweg ge- evolueerd. Naast kwaliteitsborging en kwaliteitsverbetering is de doelstelling uitgebreid met de wens om de asfaltke- ten verder te verduurzamen, met name om CO2-uitstoot te reduceren. In brede- re zin moet de verduurzaming invulling geven aan de circulaire economie, het Klimaatakkoord van Parijs en de Green Deal duurzaam GWW 2.0. Kosteneffec- tiviteit is hierbij een randvoorwaarde en innovatie is een middel; het zijn in dat verband op zichzelf geen doelen. Het streven naar een verlenging van de levensduur van de asfaltwegen draagt


VERLENGING VAN DE LEVENSDUUR VAN ONZE WEGEN IS HET CENTRALE THEMA VAN ASFALT-IMPULS!


bij aan alledrie de doelen: minder kos- ten, minder overlast en meer duurzaam- heid. Dit maakt levensduurverlenging tot een centraal thema van het programma Asfalt-Impuls.


In het voorjaar van 2017 zijn twee work- shops georganiseerd om te komen tot breed gedragen projectvoorstellen die worden opgenomen in het Plan van Aanpak Asfalt-Impuls. Aan de indieners van projectvoorstellen is gevraagd aan welke doelstellingen hun voorstel bij- draagt en in welke mate, m.a.w. SMART gemaakt. Dit geeft de sponsoren van Asfalt-Impuls keuze-informatie over de verschillende projecten en over de om- vang van hun bijdragen.


Veel draagvlak Asfalt-impuls is dus een programma ‘van en door de asfaltsector’. Het initia- tief voor het programma Asfalt-Impuls is genomen door Rijkswaterstaat. Aan de start van het programma ging een fase vooraf van ‘neuzen richten’, draagvlak


Overhandiging Plan van Aanpak Asfalt-Impuls door Jan de Boer (directeur KWS) en Edwin Griffioen (directeur Techniek, PPO-RWS) aan Tjeerd Roo- zendaal (HID PPO-RWS) en Arian de Bondt (directeur Ooms Civiel).


peilen en verwerven, en de ketenpart- ners in de gelegenheid stellen om het raamplan te toetsen op benefits die een impulsprogramma voor henzelf zou kun- nen hebben.


Als programmacoördinator heb ik in 2016 een verkenningsronde gemaakt langs zo’n 40 organisaties en bedrijven in de asfaltsector, om te sonderen of er voldoende draagvlak is voor het op- starten van een sectorbreed impulspro- gramma. Deze keten omvat globaal zes ‘bloedgroepen’: aannemers, ontwer- pers, opdrachtgevers/wegbeheerders, leveranciers van grondstoffen en materi- eel, kwaliteitsborgers en kennisinstellin- gen. In het programma dragen alle sta- keholders bij in euro’s en/of mensuren. In de verkenning zijn zes thema’s ge- identificeerd waaraan in het programma gewerkt zal worden: kwaliteitsverbete- ring, kwaliteitsborging, circulariteit, le- vensduurvoorspelling, kosteneffectivi- teit en asfalt in contracten.


Kwaliteit op hoog niveau De kwaliteit van het Nederlandse we- gennet staat, ook internationaal, hoog aangeschreven en dat willen we zo hou- den. Soms is het noodzakelijk om re- paraties uit te voeren of onderhoud te plegen voordat de garantietermijn is verstreken. De oorzaken hiervan zijn niet altijd even helder. Zo kunnen bijvoor- beeld de asfaltmengsels afwijken van de eisen, of er zijn uitvoeringsproblemen opgetreden. Ook de belasting of intensi- teit van het wegverkeer kan in de prak- tijk hoger uitgevallen zijn dan verwacht. Asfalt-Impuls is niet alleen een stimu- lans om mengsels van constante top- kwaliteit te behouden en verder te ver- beteren. Het programma helpt de sector ook om zo dicht op het proces te zitten, door de hele keten heen, dat probleem- analyses adequater worden, en dus de aanzet tot oplossingen ook naar een ho- ger niveau getild kan worden.


Nr.7 - 2017 OTAR O Nr.7 - 2017TAR 37


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56