Gastenverhaal
Je hebt vechters en vluchters. Zoë is er duidelijk een van het eerste soort. Toen ze op haar 13e werd aangereden op weg naar school, stond ze letterlijk op om te vechten voor haar leven. Dat is ze altijd blijven doen. Dit is het verhaal van twee bijzondere zussen: Loïs en Zoë.
Vechten met alles wat je in je hebt
Haar haren vormden een krans in de gebroken voorruit, haar schoenen stonden nog op de weg. “Ik zag een dode uil aan de overkant van de weg liggen”, herinnert Zoë zich. “Ik wilde die meenemen voor mijn zusje Loïs, omdat zij een botten- museumpje had.” Ze werd vol aangereden door een tegemoetkomende auto. Zoë herinnert zich niets meer. Ze weet uit de verhalen dat ze meteen na de aanrijding opstond en begon te vechten met alles en iedereen om zich heen. Op een agressieve manier, ondertussen wartaal uitslaand. Een duidelijk signaal van hersenschade, herken- den de ambulancebroeders meteen. “Maar op het oog had ik niks”, zegt Zoë. “Er was geen bloed, er staken geen botten uit, niks.”
Afscheid nemen Toch kregen haar ouders en haar drie jaar jongere zusje Loïs krap een uur later de onmogelijke opdracht om afscheid te nemen van hun dochter en zus. “Ik weet nog dat papa thuiskwam met Zoë’s schoenen”, zegt Loïs. “Dat vond ik heel vreemd. Ook zag hij erg wit en moest hij huilen.” Zoë had zo’n harde klap op haar hoofd gehad dat er wondvocht door haar hele hersenen zat. De druk nam zo snel toe dat een schedellift of drain geen soelaas meer kon bieden. Zoë
4 [t]Huis
lag inmiddels in een coma. ‘Uw dochter is zo ernstig gewond, ze heeft nog een uur te gaan als dit zo doorgaat’, kregen haar ouders te horen. ‘Neemt u maar afscheid.’ Zoë’s moeder deed iets opmerkelijks: ze ging naast haar dochter zitten en begon haar moed in te spreken: ‘Zoë, in ieders leven komt er een moment dat je moet vechten. Dit is jouw moment. Vecht met alles wat je in je hebt.’ Haar jongste dochter vroeg ze hetzelfde te doen. ‘Raak haar maar aan, praat met haar.’ Maar de toen 10-jarige Loïs wist zich geen raad. “Zoë lag vastgebonden op een plank, ik wilde haar graag aanraken, maar er was alleen een klein stukje arm bloot. Ook wist ik niet wat ik moest zeggen. Dus ik heb alleen maar gehuild en zachtjes gefluisterd: ‘Zoë, Zoë...’”
Alles opnieuw leren
Als door een wonder nam de druk in Zoë’s hersenen geleidelijk af. Toen ze wakker werd, moest ze alles opnieuw leren. “Ik had geen evenwicht, ik kon niet praten, niet meer lopen”, zegt Zoë. Van die eerste maand herinnert ze zich alleen nog flarden. Haar zusje Loïs des te meer. “Mijn ouders zaten in het Ronald McDonald Huis in Nijmegen. We hadden een kamer met een vide, waar ik sliep. Ik vond dat best stoer, zo’n eigen woongedeelte.”
Tekst: Godelief Swank, foto’s: Anne-Marie Peek
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20