minder middel – goed voor ons en voor het milieu – en het komt het op de juiste plek terecht. Je bent ook minder afhankelijk van goed spuitweer. Om het water te ontzien en tegelijk het maximale bestrij- dingseffect te bereiken is keuze van het spuitmoment belangrijk en natuurlijk de middelkeuze.”
Selectief spuiten Bij de metingen van 2006 in de Moersloot kwam Imida- cloprid als probleemstof naar voren. In 2011 was dat niet meer zo, doordat telers meer alternatieven hebben gekozen.
Een aantal jaren geleden was het middelenpakket zo smal dat er niet veel te kiezen viel. Die situatie is wat verbeterd. “Het is niet gemakkelijk, maar er is ruimte om creatief te zijn”, zegt de boomkweker. “Het is ook in je eigen belang om heel selectief te zijn. Als je een breedwerkend middel gebruikt, spuit je ook de natuurlijke vijanden op je kwekerij dood. Er zijn luizenmiddelen die alles doden, en er zijn alternatieven die de natuurlijke vijanden in leven laten. Dat zie je terug in de aantallen roofwantsen en lieveheersbeestjes. Die ruimen dan weer luizen op. Als je selectief spuit, is dat dus ook goed voor je eigen portemonnee.” Lodders probeert de weerbaarheid van zijn gewassen te versterken door inzet van compostthee en schim- meldominante compost, op basis van bemonstering met bijvoorbeeld met de bodembalans-analysemethode en chroma’s. Voor de bemesting gelden soortgelijke overwegingen. Tijdstip van bemesting en soort meststof bepalen in belangrijke mate of de plant ervan profiteert of dat een deel verloren gaat. “Je moet natuurlijk geen kunstmest gaan strooien als er een onweersbui voorspeld wordt. Verder werk je zo gedoseerd mogelijk, ook om finan- ciële redenen.” Ondanks inspanningen die veel kwekers rond Zundert geleverd hebben, is het probleem nog niet opgelost. Het waterschap ziet directe afspoeling van perceelwater met meststoffen en middelen als een route die verder aangepakt moet worden.
Waterschap wil proef uitbreiden
René Rijken van Waterschap Brabantse Delta is positief over het initiatief van Marc Lodders. “In deze omgeving liggen veel percelen in de beek- dalen, langs de ecologische verbindingszone (evz). Met de infiltratiegreppels is afstroming naar het oppervlaktewater te voorkomen. Als het water in de greppel komt, worden de stoffen op een natuurlijke manier afgebroken. Als tegenprestatie hebben wij de afrastering weggehaald langs de evz. We willen die combinatie uitbreiden langs de beek, in combi- natie het inzaaien van gras op de kopakkers. We zoeken nog naar middelen daarvoor.”
Grasrand Lodders heeft niet gewacht op initiatieven van de waterbeheerder, maar zijn eigen aanpak gevolgd. Langs de Aa of Weerijs ligt al de verplichte 5 meter gras die het waterschap voorschrijft en beheert. Daar- naast heeft hij een infiltratiegreppel aangelegd, en daarnaast weer 4 meter grasstrook, die hij als wend- akker gebruikt. De wendakker fungeert als buffer- strook. Mocht er dan toch nog water van het perceel over de bufferstrook richting rivier stromen, dan verdwijnt dat allemaal in de greppel. Daar bezinken de eventuele meststoffen en middelen, die vervolgens afgebroken worden. De vangsloot – zonder aansluiting op andere sloten – is vorig jaar maar enkele dagen met water gevuld geweest. Zo is d uidelijk dat er vanaf zijn land niets de Aa of Weerijs is ingespoeld.