This page contains a Flash digital edition of a book.
Z


ijn grootvader was alcoholist, zijn vader een geheelonthouder, dus Geerhard Schaap moest wel ergens in het midden uitkomen. En dat klopt, want de Groningse psychia- ter is behalve verslavingsdeskundige ook


‘gecertifi ceerd bierkenner’. ‘Ik ken het plezier van soci- aal drinken, maar weet ook dat de grens met verslaving fl interdun is.’


In Nederland lopen naar schatting 150 duizend pro- bleemdrinkers van 55 jaar en ouder rond. Geerhard Schaap (die als psychiater voorbij de pensioengerech- tigde leeftijd nog wekelijks verslaafden behandelt) kijkt er niet van op. ‘Het is een trend. De welvaart is gestegen, drankgebruik is in onze samenleving volledig geaccepteerd en we creëren enorm veel gelegenheden waarbij gedronken wordt. Senioren zijn dus bekend met drankgebruik. Tegelijkertijd kennen senioren verlies; van werk, van personen, van idealen, van zingeving en van lichamelijke kracht. En er is veel minder sprake van drie-generatiegezinnen, waarbij kinderen, ouders en grootouders een soort eenheid vormden en er meer sociale controle was. Sommige ouderen vallen daardoor op zeker moment in een zwart gat. Dan kan drankge- bruik een probleem worden.’


Hoe ernstig is het probleem nu werkelijk? ‘Verslaving brengt niet alleen ernstige lichamelijke complicaties, maar ook sociale en fi nanciële proble- men met zich mee. Nederland telt naar schatting 600 duizend probleemdrinkers, jong en oud. Dan heb je het al snel over 2,5 miljoen mensen die daar dagelijks last van ondervinden. Het duikt in alle geledingen van de maatschappij op, maar bij senioren duurt het soms wat langer voordat het probleem zichtbaar wordt, omdat ze op een andere manier aan de maatschappij deelne- men. Daarnaast rust op verslaving een stevig taboe en verschuilen alle probleemdrinkers zich achter excuses, leugentjes en loochening en dat maakt het voor naasten en hulpverleners lastig om het probleem te herkennen en aan te kaarten.’


Waar ligt de grens tussen sociaal drinken en verslaving? En hoe bewaak je die? ‘De grens tussen sociaal drinken en verslaving is fl inter- dun. En vaak is het een glijdende schaal. Je kunt kijken naar hoeveelheden, maar vraag jezelf in alle eerlijkheid eens af of je een dag of langer kunt stoppen. Verslaafd zijn betekent niets meer of minder dan dat je de vrijheid hebt verloren om die beslissing te nemen. Eerlijk naar jezelf kijken is essentieel, want verslaving gaat in de meeste gevallen ook gepaard met ontkenning of bagatelliseren.’


Nogal wat ouderen met een alcoholprobleem zoeken gelukkig hulp. Bij de huisarts, in de verslavingszorg en bij zelf ulpgroepen als AA. Soms zelfs op hoge leeftijd; zoals de man die op 91-jarige leeftijd z’n eerste jaar nuchterheid bij de AA vierde.


Heeft hulp zoeken voor senioren eigenlijk nog wel zin? ‘Het voorkomen of doorbreken van een verslaving heeft altijd zin. Ik misgun niemand z’n borrel, maar iedereen heeft de verantwoordelijkheid om op z’n gezondheid te letten. Want een verslaving veroorzaakt gezondheidsproblemen en ellende in relaties, geldza- ken enzovoort. Het is niet makkelijk, maar het kan met de nodige hulp wél. Wanneer je eerlijk naar jezelf kijkt en durft te erkennen dat je een probleem hebt, wan- neer je gemotiveerd hulp zoekt bij goede behandelaren én aansluiting zoekt bij lotgenoten, is er geen reden om pessimistisch te zijn.’


Alcohol is een probleem


Steeds meer ouderen roepen hulp in bij hun alco- holverslaving. In 2009 werden bijna achtduizend hulpzoekenden geregistreerd, in 2015 al tienduizend, terwijl geschat wordt dat in werkelijkheid meer dan 150 duizend senioren een alcoholprobleem hebben. Daarnaast belanden jaarlijks meer dan twaalfhon- derd senioren op de Spoedeisende Eerste Hulp door valpartijen, gerelateerd aan alcohol. Naast ongeval- len kan (te) veel drinken – niet zelden in combinatie met medicijngebruik - bij ouderen eerder leiden tot stofwisselingsproblemen, hart- en vaatziekten, hersenbloedingen, kanker en allerhande psychi- sche problemen. Daarnaast is drankmisbruik nogal eens oorzaak van sociale en fi nanciële malaise.


Omdat de geïnterviewden graag anoniem blijven, hebben de mensen op de foto's bij dit artikel geen relatie met de geïnterviewden.


jan/feb 2016 19





Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52  |  Page 53  |  Page 54  |  Page 55  |  Page 56  |  Page 57  |  Page 58  |  Page 59  |  Page 60  |  Page 61  |  Page 62  |  Page 63  |  Page 64  |  Page 65  |  Page 66  |  Page 67  |  Page 68  |  Page 69  |  Page 70  |  Page 71  |  Page 72  |  Page 73  |  Page 74  |  Page 75