Gelukkig had mijn vrouw dat probleem niet en be- heerste zij deze taal aardig goed. Zij werd alleen gestremd door het feit dat zij bang was fouten te maken en als wij dan ook ergens waren ging het als volgt: ik deed zo goed en zo kwaad als het ging het woord en achteraf kreeg ik van haar les hoe ik het had moeten zeggen. Later werd dat gelukkig veel minder (van beide kanten) maar toch bleef Frans altijd een taal die ik nooit echt goed onder de knie kon krijgen. Niet dat ik mij niet kon redden en een gezellig gesprek voeren over koetjes en kalfjes lukte ook prima maar een echte discussie bleef toch een zware klus. Maar terug naar de heren van de Gendarmes. Eerst begrepen ze mij niet zo best maar na enig handen en voetenwerk en vooral het papiertje waarop mijn weekverblijf stond aangege- ven, ging er bij een van de uiterst vriendelijke poli- tiebeambten een licht op en er werd een grote streekkaart bij gehaald.
Na enig zoekwerk bleek het een klein hameautje te zijn of te wel een klein groepje huizen, ongeveer een kilometer of 15 buiten de plaats en omdat ze het niet zagen zitten hoe mij uit te leggen daar te komen, werd mij vriendelijk verzocht die aardige meneer agent te volgen. Wat een service, dat kom je in Nederland toch haast niet meer tegen! Wij achter onze gendarme aan en al spoedig reden wij weer door het mooie heuvellandschap van de streek en beste lezer, het stond ons wel aan. Ondertussen begon het toch te schemeren en we waren dan ook blij eindelijk ons hoofd te rusten te kunnen leggen. Wel was het berekoud en ver beneden het vriespunt. Aangekomen bij onze cotta- ge bleek dat wij de enigen waren, van de eigenaar geen spoor en ook de sleutel om binnen te kunnen komen was in geen velde of wegen te bekennen. In ons gesprek met de eigenaar had ik begrepen dat hij ergens bij een raam een sleutel zou klaar leggen; dat was dus niet zo. We zijn wel tien keer rond het huis gelopen incl. nog steeds die aardige meneer agent maar niets.
Voorzichtig opperde ik of ik dan maar niet een ruitje zou stuk slaan maar „non non‟ daar kon ik van de gendarme geen goedkeuring voor krijgen. Inmiddels was het bijna klokslag zeven en de agent moest zich nu toch wel bij het bureau melden en stapte in zijn auto. Op dat moment o! hoera! verscheen de eigenaar met de sleutels en al wat nog meer nodig was om binnen te treden. Na een kleine rondleiding, het pand was niet zo groot, kreeg ik een verhaal te horen waar ik geen touw aan vast kon knopen. Wel begreep ik dat als er een rode lamp ging branden, het er erg slecht voor ons zou uitzien en het had met elektriciteit te maken, later begreep ik ook waarom.
De volgende dag naar de agence immobilier waar wij alreeds werden verwacht en met hen hebben wij een aardig weekje doorgebracht. Ook weer aller- vriendelijkste mensen want tenslotte wilden ze wel wat aan je verdienen. Ook hier weer bleek dat een foto of een plaatje in een folder er toch heel anders uitzag dan de werkelijkheid. Bleken er in eens scheuren in gevels te zitten die er op de foto niet waren en ook werden ze zo genomen dat je de koeienstal net niet zag of al die andere vervelende dingen waardoor je toch maar van de koop afzag. Zo kwamen wij ook bij de fermette van „Rednose‟ zoals wij hem noemden; eenmaal raden waarom. Rednose was een aardige Fransman die een mooi huis bezat maar omdat zijn werk naar ergens an- ders in Frankrijk was verplaatst, was hij genood- zaakt zijn plattelandswoning te verkopen en ik moet zeggen het was geen onaardige woning. Jeannette mijn vrouw was meteen enthousiast en zat al gauw in te delen wie waar ging slapen. Zelf had ik zo mijn bedenkingen want het tot een meter hoog optrek- kende vocht in de muren stond nu echt niet zo aan- trekkelijk en de naastgelegen koeienstal zou ‟s zomers voor aardig wat vliegenoverlast kunnen zorgen.
Ik heb haar dan ook gelukkig kunnen overtuigen dat het niet zo‟n goede keus was en zij gaf al grif toe dat ook zij daar wat moeite mee had. Tenslotte stond de Auvergne nog op de agenda. Ik zei dan ook om daar eerst maar eens te gaan kijken alvo- rens hier hals over kop te vallen voor dat mooie Franse boerderijtje. Wel probeerde hij ons nog gunstig te stemmen door ons een fles wijn mee te geven maar daar vielen wij toch maar niet voor. Natuurlijk hebben wij niet alleen huizen bekeken; we waren tenslotte in een van de mooiste landen van Europa. Dat de makelaars daar iets anders werkten dan in Nederland, wisten wij inmiddels al. Je kon zelfs shoppen bij de immobiliers want het- zelfde huis zag je soms bij verschillende makelaars te koop staan voor ook nog eens verschillende prij- zen. Zelfs op markten kwamen wij advertenties van huizen tegen. Zag je een aantrekkelijk woonstulpje en werd je enthousiast gemaakt door de makelaar, kon het best zo zijn dat het al een jaar daarvoor was verkocht. Had je een bod op een huis gedaan, kon het ook zo wezen dat een andere gegadigde het via een andere makelaar net voor je neus had weg ge- kaapt en het gekke was dat dat vaak het huis was wat je net had willen kopen. Maar niet getreurd want er stonden er genoeg te koop en voor ons was dorp A of dorp B niet belangrijk, als wij het huis maar konden omtoveren tot wat voor ons een paleisje moest worden. Daarom na een week vruchteloos shoppen, op naar de Auvergne.
Emigreer Magazine
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54