This page contains a Flash digital edition of a book.
Imago van Zwemmen


In het rapport ‘Van evenbeeld tot tegenpool’ (Hover en De Jong, 2011) dat op 8 december zal verschijnen, worden de imago’s van vijftien sporttakken met elkaar vergeleken. Eén van de onderzochte sporten is zwemmen. De andere zijn badminton, fi tness, golf, hardlopen, hockey, schaatsen, skiën, tafeltennis, tennis, turnen, voetbal, vechtsporten (judo en karate), volleybal en wielrennen . Hoe ziet ‘de Nederlander’ zwemmen in vergelijking tot andere sporten?


Nederland. De sporten die het minst met een goede gezondheid worden geassocieerd zijn tafeltennis, golf en vechtsporten. Relatief veel mensen zien zwemmen als ‘individualistisch’ en als ‘goed voor het doorzettingsvermogen’. Bij deze twee aspecten kiest bijna de helft van de mensen voor zwemmen boven twee andere sporten. Hardlopen (62%) en fi tness (52%) worden het meest als individualistisch bestempeld en volleybal (4%) en hockey (5%) het minst. Zwemmen wordt juist niet geassocieerd met blessuregevoeligheid. Slechts 4% vindt zwemmen de meest blessuregevoelige en 73% de minst blessuregevoelige sport (van de drie sporten). Sporten die juist wel met dit aspect worden verbonden zijn voetbal (79%) en skiën (71%). Golf wordt gezien als de minst blessuregevoelige sport (1%). Ook wordt zwemmen nauwelijks gezien als ‘een typische mannensport’ (11%), net als badminton (7%) en turnen (11%). Dat aspect past veel meer bij voetbal (86%) en vechtsporten (73%). Verder wordt gedacht dat zwemmen niet moeilijk is om aan te leren (14%). Bij turnen is dat juist wel het geval (74%).


Verder wordt zwemmen relatief weinig gezien als een elitaire sport, een fysiek harde sport en een sport die moeilijk is aan te leren. Hoewel zwemmen ook op positie 11 staat bij ‘gezellig’, kan niet worden gezegd dat zwemmen er echt uitspringt als ongezellige sport. Net als bij zwemmen is er nog een aantal andere sporten waarbij een redelijk evenwichtige verdeling over de drie antwoordcategorieën te zien is.


Figuur 1 Passendheid van aspecten bij zwemmen, in procenten en positie (t.o.v. referentiesporten) (basis=Nederlandse bevolking van 15-80 jaar die deze sport niet beoefent) (n=431)


Aan een representatieve steekproef van ‘de Nederlander van 15-80’ jaar zijn elf aspecten voorgelegd. Bij elk aspect kreeg de respondent telkens drie willekeurig gekozen sporten voorgelegd, waarna moest worden gekozen welke van die sporten het meest daarop betrekking had en welke het minst. Van elke sport is bekend hoe vaak die het meest met het betreffende aspect werd geassocieerd, hoe vaak het minst en wanneer een middenpositie werd ingenomen. Net als in het rapport gaan we in dit artikel uit van de antwoorden van respondenten die de voorgelegde sporten niet zelf beoefenen.


Zwemmen in perspectief Als het gaat om het aspect ‘goed voor de gezondheid’ staat zwemmen bij veel mensen bovenaan. Maar liefst 84% vindt dat aspect meer passen bij zwemmen dan bij andere sporten. Slechts 3% denkt wat betreft dit aspect bij de keuze uit drie sporten als laatste aan zwemmen. Dit aspect komt terug in de ambitie van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB): zwemmen heeft in 2012 het imago van de gezondste (en meest beoefende) sport van


46 ZWEMBADBRANCHE


Een uitgesproken imago? Als wordt gekeken naar de scores van de vijftien takken van sport op de elf imago-aspecten komt naar voren dat zwemmen niet een heel duidelijk profi el heeft. De sport wordt weliswaar vaak in verband gebracht met ‘goed voor de gezondheid’, ‘niet blessuregevoelig’ (wat ook te maken heeft met gezondheid) en geen ‘typische mannensport’, maar er zijn sporten met een duidelijk uitgesprokener imago. Vechtsporten neemt op acht aspecten een zeer hoge (hoogste drie posities) of juist zeer lage positie (laagste drie posities) in. Bij golf, hardlopen en voetbal is dat op zeven aspecten. Zwemmen en drie andere sporten tellen er vijf. Het minst uitgesproken imago hebben tennis (1), turnen (2) en schaatsen (2).


Als zwemmen wordt vergeleken met andere sporten komt naar voren dat zwemmen als een zeer gezonde sport wordt gezien, die niet moeilijk te leren is. Deze twee karakteriseringen sluiten perfect aan bij de genoemde ambitie van de KNZB. Ook wordt zwemmen bestempeld als individualistisch. Ondanks deze typeringen heeft de sport in de ogen van niet-beoefenaars geen uitgesproken karakter. Vechtsporten, golf, hardlopen en voetbal hebben wat dat betreft een meer ‘herkenbare smoel’.


Harold van der Werff, Paul Hover en Marcia de Jong Mulier Instituut


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52