This page contains a Flash digital edition of a book.
Dinsdag 1 november heeft in zwembad Reeshof een tragisch incident plaatsgevonden. Een geluidsbox is gevallen en heeft een moeder en haar baby geraakt met fatale afloop voor het kindje. De zwembranche is geschokt door dit incident en betreurt het ongeval ten zeerste. Het incident roept vele vragen op over hoe dit heeft kunnen gebeuren en hoe dit kan worden voorkomen. Inmiddels heeft de gemeente Tilburg een onderzoek ingesteld naar de oorzaak. Pas wanneer de definitieve resultaten van dit onderzoek bekend worden, is er duidelijkheid te geven over de exacte oorzaak. Naar aanleiding van het incident in Tilburg is er veel discussie binnen de zwembranche, landelijke overheid, provincies en gemeenten over ophangconstructies en bevestigingsmaterialen in overdekte zwembaden. Daarnaast zijn er ook vragen over hoe de verantwoordelijkheden liggen binnen zwembaden en de gemeenten.


Door een aantal incidenten in zwembaden, waarbij (delen van) plafonds in overdekte zwembaden zijn neergestort (in Zwitserland en in juni 2001 in Steenwijk), is de aandacht voor (ophang)constructies en bevestigingsmaterialen in overdekte zwembaden sterk toegenomen. De oorzaak van deze ongevallen bleek te liggen in de corrosie van RVS- plafondhangers. Deze corrosie wordt veroorzaakt door de combinatie van hoge luchtvochtigheid, chloordampen en de hoge temperaturen in overdekte zwembaden. In het verleden werd ervan uitgegaan dat RVS hiertegen bestand zou zijn, waardoor RVS op grote schaal in zwembaden is toegepast. Door de incidenten en nader onderzoek blijkt RVS echter hiertegen niet bestand te zijn. De corrosie is soms niet zichtbaar, waardoor constructies ‘ineens’ kunnen bezwijken. In een Inspectiesignaal van het (toenmalige) ministerie van VROM* staat letterlijk: “Standaard RVS-legeringen zijn volstrekt ongeschikt voor gebruik in dragende constructies boven het bassin in overdekte zwembaden”.


Informatie In 2002 heeft het ministerie van VROM* alle gemeenten per brief geïnformeerd over de risico’s van RVS-ophangsystemen. In 2004 heeft het ministerie van VROM*, in samenwerking met de zwembranche en diverse deskundigen uit onder andere de metaalindustrie, een ‘Praktijk richtlijn voor inspectie en onderhoud van (ophang)constructies, bevestigingsmiddelen en voorzieningen in overdekte zwembaden’ gepubliceerd. Deze richtlijn bevat een uitgebreide beschrijving van de problematiek en aanwijzingen voor inspectie en onderhoud. In 2008 heeft het ministerie van VROM* aanvullend het Inspectiesignaal over de risico’s van stalen (ophang)constructies en bevestigingsmiddelen in overdekte zwembaden gepubliceerd om daarmee het onderwerp nogmaals extra onder de aandacht te brengen bij gemeenten.


Verantwoordelijkheden rond zwembaden Uit mediaberichtgeving blijkt dat er onduidelijkheid is over wie waarvoor verantwoordelijk is wat betreft zwembaden en wie waarop handhaaft. Daarom een uitleg: er wordt onderscheid gemaakt tussen veiligheid met betrekking tot de constructie (‘het zwembad als gebouw’) en de veiligheid met betrekking tot de inhoud van het gebouw (‘het zwembad als bak water’ en de voorzieningen er omheen, zoals glijbanen, kleedruimten etc).


Wat betreft de (ophang)constructies en bevestigingsmiddelen in overdekte zwembaden wordt in het Inspectiesignaal aangegeven dat het hier gaat om de constructieve veiligheid en dat de gebouweigenaar primair verantwoordelijk is voor de veiligheid. Er wordt verwezen naar de Woningwet/ Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), waarin is bepaald dat “de eigenaar van een bouwwerk…. Er zorg voor draagt dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, …. Geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt”. De gemeente heeft de taak toe te zien op de naleving van de Woningwet/Wabo. Gelet op de beschreven risico’s en de vaak grote aantallen bezoekers in zwembaden adviseert de VROM-Inspectie dat gemeenten het toezicht op overdekte zwembaden opnemen in hun verplichte handhavingsbeleidsplan (bron: Inspectiesignaal Risico’s van stalen (ophang)constructies en bevestigingsmiddelen in overdekte zwembaden). Daarnaast is de volgende wetgeving van toepassing op het zwembad: • Hygiëne en veiligheid (Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden, handhavende instantie: de provincies)


• Legionellapreventie (onder andere Waterleidingbesluit, handhavende instantie: VROM-Inspectie, Waterbedrijven en provincies)


• Veiligheid speeltoestellen (Besluit attractie- en speeltoestellen, handhavende instantie: nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA)


• ARBO – regelgeving (handhavende instantie: Arbeidsinspectie) • Wet milieubeheer en bijbehorend Activiteitenbesluit (handhavende instantie: gemeenten)


• Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (handhavende instantie: gemeenten)


Wie is de eigenaar van het zwembad? Nederland telt ongeveer 1.500 zwembaden. Hiervan zijn circa 600 zwembaden openbaar toegankelijk. De overige circa 900 zwembaden bevinden zich bij hotels, campings, sauna’s, revalidatiecentra, bungalowparken en zijn alleen toegankelijk voor de gasten van deze complexen (een uitzondering daar gelaten). Het zwembad is hierbij veelal in eigendom van de commerciële exploitant. Bij de meeste publiek toegankelijke zwembaden is de gemeente eigenaar van het gebouw en daarmee eindverantwoordelijk voor de veiligheid binnen het gebouw. Bij publiek toegankelijke zwembaden kan de exploitatievorm nogal eens verschillen. Sommige gemeenten kiezen


ZWEMBADBRANCHE 15


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52