FITNESS 2.0
Joris is nu een half jaar bezig met het programma, dat fitnesscen- tra samen met zorgverzekeraars hebben opgezet. Na iedere trai- ning worden automatisch de gemeten gegevens doorgestuurd naar een databank bij de zorgverzekeraar. Ook moet Joris zijn voedingspatroon bijhouden en doorsturen. De databank slaat alles op en analyseert de gegevens. Op basis daarvan wordt een tussentijds gezondheidsprofiel van Joris opgesteld. Dat profiel is bepalend voor de hoogte van de premie die hij maandelijks moet betalen. Uit het profiel kan onder meer worden afgeleid hoe Jo- ris er fysiek voorstaat en het geeft ook inzicht in zijn leefstijl. Hoe beter zijn fysiek en leefstijl is, des te lager wordt de premie. Op deze wijze kan Joris vele honderden euro’s per jaar besparen.
Toen hij een half jaar geleden begon, moest hij nog bijna het volle bedrag betalen. Joris sportte amper, leefde niet zo gezond, had flink overgewicht en zijn zorgverzekeraar besloot op basis van een digitale intake om Joris een voorstel aan te bieden. Als hij zijn leefstijl zou veranderen en gewicht zou verliezen, zou zijn premie worden aangepast. Zou hij niets doen, dan moest hij een hogere premie gaan betalen. De zorg was zo duur in Neder- land geworden, dat de zorgverzekeraars met instemming van de overheid hadden besloten om goed leefgedrag te belonen en slecht leefgedrag extra te belasten. Die financiële consequentie was het laatste zetje dat Joris nodig had. Hij was al vele keren begonnen om zijn leven te beteren, maar telkens haakte hij af omdat er geen stok achter de deur was. Hij hoefde alleen ver- antwoording aan zichzelf af te leggen en dat was te weinig voor hem. De instructeurs in het fitnesscentrum probeerden hem wel te stimuleren en dan ging hij weer enkele weken sporten, maar daarna ebde zijn motivatie weer weg. De verloren kilo’s kwamen er zo weer aan, en Joris was weer in zijn oude leefritme beland.
Aan dat jojo-effect was sinds een half jaar een einde gekomen. Uit de intake van zijn zorgverzekeraar bleek dat Joris, midden veertig, een tikkende tijdbom was als het ging om zijn gezond- heid. Hij rookte weliswaar niet, dronk zeer gematigd, maar hij snoepte te graag, liep net iets te vaak binnen bij de afhaal- chinees en friture, had iets te vaak verzuim op het werk door rugklachten, hij maakte voor zijn leeftijd meer dan gemiddeld gebruik van de zorg, en hij bewoog veel te weinig. Van zijn overgewicht had hij nu nog geen last, maar de voorspellin- gen schetsten een somber beeld: als hij zijn leefstijl niet zou veranderen, zou hij binnen 5 tot 10 jaar last krijgen van allerlei kwaaltjes en ziekten.
De intake was aangevraagd door de zorgverzekeraar in samen- spraak met de werkgever van Joris, die graag een fitheidprofiel
van alle medewerkers had. De werkgever kreeg ook de resul- taten van de intake te zien en besloot om met Joris en diens zorgverzekeraar een leefstijltraject uit te stippelen. In dat traject werd een aantal doelstellingen bepaald, variërend van trainings- aanpak, afvallen, eetpatroon en ziekteverzuim. De doelstellin- gen waren gekoppeld aan beloningen: als Joris de tussentijdse doelen zou halen, zou hij door de zorgverzekeraar financieel worden beloond doordat hij geleidelijk minder premie zou hoeven te betalen. De werkgever zou hem met een extra bonus belonen als hij zijn ziekteverzuim omlaag zou brengen.
Op basis van het leefstijltraject kon Joris kiezen bij welke sport- aanbieder hij het traject zou gaan volgen. De zorgverzekeraars in Nederland hadden afspraken gemaakt met fitnesscentra die waren uitgegroeid tot sportieve omgevingen. De praktijk had immers geleerd dat te veel fitnesscentra te weinig aanbod hadden om mensen van alle leeftijden met succes te kunnen blijven binden en begeleiden in leefstijltrajecten. Te veel mensen haakten af, omdat het aanbod te beperkt was en ze het na verloop van tijd te saai vonden. Zij wilden meer dan alleen fitness, groepslessen of een wandelgroepje. Steeds meer fitnesscentra onderkenden dat en besloten om samen met andere sportaanbieders een gezamenlijk aanbod te ontwikkelen. Zo ontstonden op veel plekken sportieve omgevingen, ook wel sportzones genoemd. In die sportzones kon je lid worden met een arrangement voor alle activiteiten die werden aangeboden. Joris koos daar ook voor. Het lidmaatschap van alleen een fitnesscentrum had hij al vaker geprobeerd en dat was telkens van korte duur geweest. Mede omdat het aanbod zo beperkt was. Joris wilde best een keer per week in de fitnesszaal een programma volgen en een keer per week aan een steples meedoen, maar hij miste het buitensporten en het teamelement. Hij wilde ook voetballen en tennissen, of een keer zwemmen. En daar één maandelijks bedrag voor betalen.
Dat kon nu in zijn woonplaats. Er was weliswaar nog geen spor- tieve omgeving geopend waar alle faciliteiten gezamenlijk wer- den aangeboden, maar verschillende verenigingen en commer- ciële aanbieders werkten wel al samen. Joris kon daarom kiezen uit klimmen, fitness, zwemmen, sporten in een sporthal en op buitenvelden voor voetbal en hockey, joggen op een atletiek- baan met tijdregistratie, fietsen op een mountainbikeparcours, tennissen. Er waren diverse abonnementsvormen, opgebouwd als een soort menu. Hij koos op basis van zijn leefstijltraject voor twee keer per week fitness waarvan één keer met een personal coach in een klein groepje, één keer tennis en hij meldde zich aan bij de groep sporters dat graag recreatief wilde voetballen. Van daaruit werd een onderlinge competitie georganiseerd.
fit!magazine 11
Page 1 |
Page 2 |
Page 3 |
Page 4 |
Page 5 |
Page 6 |
Page 7 |
Page 8 |
Page 9 |
Page 10 |
Page 11 |
Page 12 |
Page 13 |
Page 14 |
Page 15 |
Page 16 |
Page 17 |
Page 18 |
Page 19 |
Page 20 |
Page 21 |
Page 22 |
Page 23 |
Page 24 |
Page 25 |
Page 26 |
Page 27 |
Page 28 |
Page 29 |
Page 30 |
Page 31 |
Page 32 |
Page 33 |
Page 34 |
Page 35 |
Page 36 |
Page 37 |
Page 38 |
Page 39 |
Page 40 |
Page 41 |
Page 42 |
Page 43 |
Page 44 |
Page 45 |
Page 46 |
Page 47 |
Page 48 |
Page 49 |
Page 50 |
Page 51 |
Page 52 |
Page 53 |
Page 54 |
Page 55 |
Page 56 |
Page 57 |
Page 58 |
Page 59 |
Page 60