This page contains a Flash digital edition of a book.
ESTER WISSE Mulier Instituut


‘Ook vluchteling ouders bang voor verdrinking van hun kinderen’


De campagne van Consument en Veiligheid richt zich op ouders van kinderen van 0-12 jaar en heeft daarbinnen specifiek aandacht vooral op allochtone ouders. Dat een dergelijke campagne hard nodig is, maken cijfers over verdrinkingen en verontrustende berichten van de reddingbrigades en zwembaden en onderzoeken van het Mulier Instituut naar de zwemvaardigheid van kinderen, duidelijk. De cijfers zijn niet gering. Gelukkig is het aantal verdrinkingen met ernstige (ziekenhuisopname) en dodelijke afloop van kinderen van 0-12 jaar sinds halverwege jaren ’90 flink gedaald. Maar het risico op verdrinking is voor allochtone kinderen een stuk groter dan voor kinderen met Nederlandse ouders.


Tussen 1996 en 2005 nam het risico op verdrinking voor de klassieke allochtone herkomstgroepen (Surinaams, Turks, Marokkaans) af net zoals bij de Nederlandse kinderen. Voor kinderen van recent geïmmigreerde niet-westerse allochtonen (vaak met een vluchtelingachtergrond) nam het risico in diezelfde periode echter toe. Het risico op verdrinking voor 6-9 jarige kinderen met een vluchteling achtergrond is bijvoorbeeld 8 keer zo hoog als bij autochtone kinderen van dezelfde leeftijd. De speciale focus op allochtone ouders in de campagne van Consument en Veiligheid lijkt me dan ook meer dan rechtvaardig. Dat allochtone ouders (en dan specifiek die met een vluchtelingachtergrond) net als autochtone ouders de gevaren op verdrinking onderschatten, is naar mijn mening zeker het geval. Dit wil echter nog niet


zeggen dat deze ouders geen angst hebben voor verdrinking van hun kinderen. In een onderzoek dat het Mulier Instituut in 2008 uitvoerde over de factoren die de zwemvaardigheid beïnvloeden en de rol van allochtone ouders, sprak ik met verschillende moeders met een vluchteling achtergrond. Als vrijwilliger bij vluchtelingenwerk heb ik eveneens regelmatig met deze doelgroep te maken. Vanuit deze ervaringen kan ik constateren dat, ondanks dat de meeste ouders met een vluchtelingachtergrond in het land van herkomst niet omringd waren door veel water, zich terdege beseffen dat kun kind gevaar loopt wanneer het in de buurt van (buiten)water is. In het onderzoek gaven vrijwel alle ouders aan dat ze het daarom belangrijk vinden dat hun kind leert zwemmen. Verschillende vluchteling moeders vinden het een bizar idee dat Nederland lager ligt dan het water en hebben daardoor ook een angst voor of op z’n minst een gezond wantrouwen ten aanzien van water. De Somalische moeder van het gezin dat ik begeleid vanuit vluchtelingenwerk vindt het maar niets wanneer haar zoontje zonder A-diploma met zijn vriendjes gaat voetballen op het nabij gelegen strandje. Of zij beseft dat haar zoontje ook gevaar loopt wanneer hij dit diploma wel heeft en dat ook de vijver van de buren en het zwembad waar hij met een kinderfeestje naar toe gaat risico’s vormen, is nog maar de vraag.


Net als veel ouders die ik sprak in mijn onderzoek (zowel van Nederlandse als niet- Nederlandse afkomst) gaat ook zij er


waarschijnlijk vanuit dat het hebben van een zwemdiploma garant staat voor veiligheid. Ook merk ik, dat zij er vanuit haar culturele achtergrond, snel vanuit gaat dat andere volwassen ook haar kinderen in de gaten houden. Iets dat in Nederland niet (meer) het geval is. Goed dus dat de campagne van Consument en Veiligheid hier aandacht voor heeft. Wat ik me echter afvraag is of deze ouders voldoende worden bereikt. Een kreet als ‘Lezen is gevaarlijk voor uw kind’ zal bij haar waarschijnlijk de wenkbrauwen doen fronsen. Ook de voorlichtingsfilm -hoe duidelijk ook- zal zij vanwege het feit dat ze het Nederlands (en ook het Arabisch en Turks) niet beheerst, niet volledig begrijpen. Als ze hem überhaupt al te zien zou krijgen. De computer en internet kan zij niet gebruiken en in de moskee of het buurthuis komt ze niet. Uiteraard ga ik haar de film nu tonen, maar ik denk dat er meer nodig is dan het uitdelen van folders in het Arabisch, Turks en Marokkaans bij Moskeeën en buurthuizen. Om de doelgroep vluchteling ouders goed te bereiken, kun je naar mijn idee het beste insteken via asielzoekerscentra, de regionale afdelingen van vluchtelingenwerk, de inburgeringscursus en sleutelfiguren in verschillende etnische gemeenschappen die de ouders uit hun kring kunnen voorlichten. Dit kan dan tevens prima gekoppeld worden aan voorlichtingsacties waarin deze ouders te zien krijgen hoe leuk en nuttig zwemmen kan zijn en waar hun kinderen en zijzelf dat allemaal kunnen leren!


ZWEMBADBRANCHE 25


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52