This page contains a Flash digital edition of a book.
Zwemvaardigheid Amsterdamse jeugd


Al begin 2000 constateerden de Amsterdamse Stadsdelen dat de zwemvaardigheid van de Amsterdamse jeugd achterbleef bij het gemiddelde. In 2004 had 78% van de basisschooljeugd op 12-jarige leeftijd een zwemdiploma, terwijl dit percentage landelijk op 98% lag. De boodschap was duidelijk: er moest iets gebeuren om dit percentage te verhogen. Op tal van fronten zijn vervolgens verbeteringen uitgevoerd, met als grootste belang de zwemvaardigheid van alle Amsterdamse kinderen.


Omdat in de gemeente Amsterdam schoolzwemmen werd georganiseerd in opdracht van en betaald door de stadsdelen, was dat dé plaats voor de stadsdelen om actie te ondernemen op de zwemvaardigheid. Zo werd er een beleidsplan geschreven wat gedragen en ondertekend werd door alle schoolbesturen en stadsdelen. Daarnaast werd de duur van de lessen uitgebreid (van 30 minuten naar 45 minuten) en werd het aantal lessen voor kinderen zonder diploma uitgebreid van 32 naar 36 lessen per jaar. Kinderen met een diploma moesten hiervoor iets inleveren, zij kregen nog 18 lessen van 45 minuten. In netto gerekend, gingen de kinderen zonder diploma dus 78% meer tijd zwemmen, terwijl kinderen met tenminste 1 diploma 11% lestijd moesten inleveren. Ook werd de nacursus breed ingevoerd. Het schoolzwemmen was bedoeld voor de kinderen uit groep 5. Maar ook de kinderen uit groep 6 zonder diploma konden nog mee naar de reguliere schoolzwemlessen met hun schoolgenootjes uit groep 5 tot het moment dat het diploma A werd gehaald. Met de extra impuls van de stimuleringsregeling zwemvaardigheid hebben de Amsterdamse Stadsdelen tussen 2002 en 2005 de lessen kwantitatief uitgebreid. En met resultaat, het diplomabezit onder 12-jarigen was in 2010 gestegen naar bijna 92%


Stimuleren particuliere zwemles Naast het uitbreiden van de schoolzwemtijd is ook het nemen van de eigen verantwoordelijkheid door ouders gestimuleerd. Via een speciaal opgezette campagne zijn de ouders op twee momenten geïnformeerd over het belang zwemvaardigheid. Allereerst bij het laatste bezoek aan het consultatiebureau, de kinderen zijn dan 3 jaar en 9 maanden. Hier werd kort met ouders gesproken over het belang van het kunnen zwemmen. Tevens kregen alle ouders een vrijkaartje voor ouder en kind om in te leveren bij één van de zwembaden in Amsterdam. Het volgende moment dat ouders werden gewezen op het belang van zwemvaardigheid was het bezoek aan de schoolarts in groep 2. Wanneer duidelijk was dat het kind al op les zat, of op de wachtlijst stond werd hier verder geen aandacht aan geschonken. Indien dit niet zo was, werd richting de ouders het belang van kunnen zwemmen en de verantwoordelijkheid van de ouders hierin benadrukt. Deze campagne is gevoerd tot 2009. Tevens werd een onderzoek gestart naar de wachtlijsten


32 Lees ZwembadBranche nu ook online: www.zwembadbranche.nl


in Amsterdam. De geschoonde


gemiddelde wachttijd bleek behoorlijk mee te vallen. Om ouders inzicht te geven in de


verschillende wachtlijsten, werd de website www.zwemles-amsterdam.nl opgericht. Vrijwel


alle zwemlesaanbieders met NPZ|NRZ erkenning binnen Amsterdam en de directe omgeving van Amsterdam staan met hun lesbaden, -tijden en wachtlijsten op deze site vermeld. De gegevens worden tenminste jaarlijks bijgewerkt. Deze duidelijke informatie heeft een belangrijke bijdrage geleverd. Sinds de lancering van zwemles-amsterdam.nl is het lesaanbod flink toegenomen waardoor meer kinderen al op jongere leeftijd een zwemdiploma kunnen halen.


Kwaliteit zwemonderwijzers Naast deze initiatieven is men in 2005 gestart met een kwaliteitstraject. Hierin staat het ervaringsgericht leren centraal. Ervaringsgericht leren begint met het goed bijhouden van de schoolzwemadministratie. Maar natuurlijk ook met een lesvoorbereiding en lesorganisatie waarin àlle kinderen vrijwel voortdurend bezig kunnen zijn met die onderdelen die ze nog niet goed genoeg beheersen voordat ze naar het volgende lespunt gaan. Gedeeltelijk gaat het dan om zaken die geen van de zwemmers nog beheersen, maar ook gaat het om zaken die slechts een aantal zwemmers nog niet beheersen. Dat laatste is de grote uitdaging voor de zwemonderwijzer: elk kind met een eigen tussendoel op het eigen niveau aan het werk zetten. Het tussendoel kan bijvoorbeeld 3 m schoolslag zijn met het hoofd uit het water. Sommige kinderen zullen dan nog even een stapje terug moeten naar de enkelvoudige rugslag omdat de beenslag nog niet voldoende is. Andere kinderen proberen 1 zwemslag, sommigen mogen er al 2 doen en weer anderen zwemmen 2m met het hoofd in het water. En misschien kan 1 leerling wel 3m met het hoofd uit het water zwemmen. Deze leerling heeft dan wel een nieuw leerdoel nodig. Hoe meer de kinderen bezig zijn met


Op alle fronten


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32  |  Page 33  |  Page 34  |  Page 35  |  Page 36  |  Page 37  |  Page 38  |  Page 39  |  Page 40  |  Page 41  |  Page 42  |  Page 43  |  Page 44  |  Page 45  |  Page 46  |  Page 47  |  Page 48  |  Page 49  |  Page 50  |  Page 51  |  Page 52