Veel uitdagender kan het niet. De noordwest-kust van Alaska - Bering- straat door, daar waar Amerika en Rusland elkaar bijna raken, en dan rechtsaf - wordt niet voor niets omschre- ven als de meest afgelegen plek van de Verenigde Staten. Zelfs de stoere krabvissers van Deadliest Catch op Dis- covery Channel komen niet zo noorde- lijk. Okay, en er zit zo noordelijk ook geen krab en er is een moratorium op visserij van kracht. Maar ook zonder dat, zouden ze er weg blijven.
Daar, tussen Cape Lisburne in het westen en Point Barrow in het oosten, ligt op zee de toekomst van de ambities van Shell in het Amerikaanse Arctische gebied. Maar het is ook een zeestrook die door natuurkenners wordt gekarakteriseerd als de kraam- kamer van de natuur. Duizenden Amerikaanse vogels maken ieder jaar een reis naar die regio om te nestelen en zich te voeden. En de ongerepte wateren in de regio herbergen walvissen, walrussen, zeehonden en ijsberen. Wild dat op zijn beurt weer aan de basis staat van het bestaan en de cultuur van de inheemse Inupiat gemeen- schappen. HET ZIJN NIET meteen de beste papieren om te overleggen om toestemming te krijgen om naar olie te gaan boren. Toch kocht Shell in 1988 het recht om in het gebied op het randje van de Chukchi- en Beaufortzee op zoek te gaan naar mogelijke olie- dan wel gasreserves.
IN 1918 AL WAS de eerste kennis- making van Shell met The Last Fron- tier, zoals de bijnaam van Alaska luidt: de eerste geoloog ging op pad om in het afgelegen gebied naar olie te zoeken. Alaska werd in 1867 door de Verenigde Staten van Rusland gekocht voor iets meer dan 7 miljoen dollar en is pas sinds 3 januari 1959 formeel een staat. Veel leverde die eerste zoektocht niet op; Alaska werd dan ook heel lang als miskoop gezien. Tot de vondst van grond- stoffen als goud, steenkool en olie. MET DE OPKOMST van de moge- lijkheden van oliewinning in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, keerde ook Shell terug naar Alaska. Speerpunt van de activiteiten van de oliemaatschap- pij lag bij Cook Inlet, voor de kust bij de grootste stad van de staat Anchorage. Daar werd het Middle Ground Shoal offshore veld aan- geboord. Het leidt uiteindelijk tot de bouw van de eerste productie- platforms voor de kust van Alaska.
De platforms produceren nog altijd olie en gas. AAN HET EINDE van jaren tachtig van de vorige eeuw komt er echter een einde aan de groei van de olie-industrie in de noordelijkste staat van de Verenigde Staten. Het vooruitzicht van een blijvend lage olieprijs maakt verder ontginning van de bodemschatten onrenda- bel. Oliemaatschappijen richten zich noodgedwongen op olie die goedkoper is te winnen, wat in de Verenigde Staten betekent dat het zwaartepunt van de sector op de Golf van Mexico komt te liggen. DAN IS HET 24 maart 1989. De dag van het ongeluk met de tanker Exxon Valdez in de Prince William Sound, ten zuiden van Ancho- rage. Het schip lekte 132 miljoen liter ruwe olie en vervuilde 1900 kilometer kustlijn. Daarmee is de scheepsramp de op een na groot- ste ecologische ramp uit de Ameri- kaanse geschiedenis. Het ongeluk bezorgde Exxon en daarmee alle in Alaska actieve oliemaatschap-
pijen grote imagoschade. ALS GEVOLG van de lage olieprijs en de reputatieproblemen duurde het meer dan tien jaar voordat energiemaatschappijen hun vizier weer richting het koude noorden van de Verenigde Staten durfden te richten. Shell bijvoorbeeld gaf in 1996 de eerder verkregen vergun- ningen voor boringen terug aan de staat Alaska. ROND DE eeuwwisseling verandert het beeld. Het besef groeit dat de wereldbevolking zal groeien en gemiddeld welvarender zal zijn. En dat daardoor de vraag naar energie zal verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. Het is een groei die niet alleen met duurzame energie opgevuld zal kunnen wor- den. De zoektocht naar fossiele brandstoffen krijgt er een nieuwe impuls door, zoals ook de gestage stijging van de prijs van ruwe olie vanaf 2002/2003 de ontwikke- ling van nieuwe reserves aantrek- kelijk maakt. DAARMEE KOMT voor de oliesec-