Een prestatie van formaat - zo kwalificeert president-directeur Dick Benschop de mijlpaal die het chemie-bedrijfslaboratorium Moerdijk (CLAB) op 1 mei 2012 heeft bereikt. Sinds mei 1977 is geen enkel ongeluk voorgevallen dat niet met een pleister kon worden verholpen. Laboratorium- manager en chef veiligheidsdistrict CLAB Moerdijk Cees Knook: “35 jaar Goal Zero bereik je niet zomaar, zeker niet in een laboratorium waar dag en nacht met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt. Dit is de verdienste van alle medewerkers, die structureel blijk geven van een groot verantwoor- delijkheidsbesef.”
TEKST ROB GROOT BEELD ERNST BODE | ROB GROOT
In het CLAB analyseren rond de klok 27 labo- ranten productmonsters. Knook: “De laboranten werken hier met licht ontvlambare vloeistoffen en giftige gassen, waarbij blootstelling aan een kleine hoeveelheid al ernstige gevolgen kan hebben. We hebben strenge veiligheidsvoor- schriften en alle apparatuur wordt regelmatig gecontroleerd en gekalibreerd, maar de beste garantie voor een goede veiligheid is een groot veiligheidsbewustzijn. We hebben deze mijlpaal bereikt dankzij heldere veiligheidsaf- spraken en een werksfeer waarbinnen iedereen zich vrij voelt om een collega op onveilig gedrag te wijzen.” EEN VAN DE BELANGRIJKSTE taken van de labo- ranten is de kwaliteitscontrole van de product- monsters die operators vanuit de fabrieken op Moerdijk en Pernis dag en nacht aanleveren. Per jaar onderwerpen de laboranten ruim 40.000 monsters aan gemiddeld vijf tot tien analyses. Analysetechnieken zijn onder andere high pressure en gel-permeatie, chromato- grafie, near infrarood analyse, spectrometrie, röntgenspectrometrie (XRF), atomaire absorptie spectrometrie (AAS) en fysische tests voor het bepalen van eigenschappen als dichtheid, brekingsindex en vlampunt. Daarnaast ontvangt het laboratorium non-routine monsters die in opdracht van onder andere procestechnologen worden geanalyseerd om productieprocessen te verbeteren en ondersteuning te bieden aan test runs. Knook: “Optimale veiligheid vraagt om heldere procedures en accurate informatie-
verstrekking. Dat begint al bij de planning van het analysewerk. Voordat wij nieuwe typen productmonsters accepteren bespreken wij alle mogelijke gevaren van het analyseproces. Elk monster is voorzien van een unieke barcode die al op de site door het LIMS-beheerssysteem (Laboratory Information Management) wordt aangemaakt. Deze code bevat informatie over de herkomst en de aard van het product. Als de producteigenschappen hiervan afwijken kan dit erop wijzen dat we met een ander product te maken hebben dan we denken. Dan trekt de laborant van dienst direct aan de bel en wordt een melding gemaakt in ons Fountain Incident Management systeem (FIM). Deze incidenten worden nauwkeurig onderzocht en leveren informatie op die bijzonder relevant is voor het waarborgen van de veiligheid in dit lab.” VEILIG WERKEN in een laboratorium als het CLAB vraagt van de laboranten dat zij zich voortdurend bewust zijn van alle risico-factoren. Knook: “Ten eerste is daar het gevaar van de veelal toxische monsters en de chemicaliën die bij de analyses worden toegepast. Dit wordt geminimaliseerd doordat chemische analyses uitsluitend in veilig afgesloten en met afzuiginstallaties uitgeruste zuurkasten worden uitgevoerd. In de tweede plaats is er altijd het gevaar op verwondingen door kapot glas of injectienaalden. Het gebruik van bescher- mende handschoenen en het dragen van een veiligheidsbril is hier een vanzelfsprekendheid. Ten derde zijn er gevaren die gepaard gaan
met het analyseren van tot vloeistof verdichte gasmonsters. De hoge druk en de veelal bijzon- der toxische aard van stoffen als ethyleenoxide en H2S maken dat nieuwe laboranten deze testcilinders pas na een intensieve training mogen hanteren.” “IN TOTAAL VOEREN we hier 225 verschillende soorten tests uit. Elke analyse kent een eigen, nauwkeurig vastgelegd werkprotocol. Nieuwe laboranten doorlopen een opleidingstraject van een half jaar voordat zij toestemming krijgen om zonder begeleiding analyses uit te voeren en we toetsen alle laboranten op hun actuele kennis van de geldende HSE-regels. Het maakt deel uit van ons kwaliteitssysteem - we moeten kunnen aantonen welke laborant op basis van welke competenties is geautoriseerd om een specifieke handeling te mogen verrichten.” “IN DE PRAKTIJK wordt de veiligheid van elke medewerker voor een groot deel bepaald door de veiligheidscultuur die op de werkvloer heerst.” Dit stellen de CLAB laboranten Petra van der Spoel, Chris Vissenberg en John van Zundert (tevens HSE-coördinator). Van Zundert: “Eens per veertien dagen voeren we met het hele team een veiligheidsoverleg waarbij elke medewerker bij toerbeurt is verplicht om een onderwerp in te brengen. Dat kan een vraag zijn of een schijnbaar detail dat een van de laboranten is opgevallen. Hier wordt stevig over gediscussieerd, waarna we tot een geza- menlijke afspraak komen. Omdat elke laborant de overwegingen kent, worden veiligheidsaf-