This page contains a Flash digital edition of a book.
JULI  AUGUSTUS | 2012


11


iedere betrokkene bij de activiteiten in het gebied: een serieus olielek. De schade aan het milieu daardoor zou veel ingrijpen- der zijn. Niet voor niets is een belangrijk deel van de voorbereidingen juist het voor- komen van een oil spill. DE ANGST ERVOOR is groter dan het risico. De wateren waarin geboord gaat worden, de zogeheten Outer Continental Shelf, zijn namelijk relatief ondiep. Met een diepte van minder dan 50 meter is bijvoorbeeld de Noordzee al uitdagender. In de Golf van Mexico wordt zelfs geboord op plaat- sen waar de zee meer dan 2,5 kilometer diep is. De oliedruk daar is bovendien zo’n drie tot vijf keer groter dan in Alaska. Dat alles maakt het boren en produceren eenvoudiger en beter te controleren, ook omdat Shell al eerder 33 boringen in Alaska heeft verricht, waarvan 32 offshore. In de ruim veertig jaar dat er in de noorde- lijke staat naar olie wordt gezocht is er trou- wens nog nooit een olielekkage als gevolg van een spontane blow out geweest. ONDANKS DIE KENNIS en ervaring zijn er in de boorputten in Alaska bijzonder strikte veiligheidsmaatregelen getroffen, waarin de lessen van het Macondo-ongeluk van april 2010 in de Golf van Mexico verankerd zitten. Dat betekent dat er wordt gewerkt met een gelaagd putcontrole- systeem, waardoor het onverhoopt niet functioneren van een veiligheidsklep altijd kan worden opgevangen door een vol- gende veiligheidsklep. Ook zal er op de boorlocatie een reserve blowout preventer aanwezig zijn. ZOALS ER OOK, anders dan in de Golf van Mexico, een boorinstallatie in de regio beschikbaar is voor het geval er een zoge- heten relief well geboord moet worden om de druk in de put te beheersen, dat wil zeggen dat is afgesproken dat de instal- latie die 500 kilometer verderop boort het werk stillegt in het geval van een calami- teit bij het zusterschip. Als gevolg van de beperkte dieptes waarop geboord wordt, moet dat een stuk sneller en gemakkelijker gaan dan in de Golf van Mexico. OOK ZAL ER in Alaska een vloot van 22 schepen aanwezig zijn om de operaties veilig te laten verlopen en daar waar nodig hulp te bieden in geval van nood.


Daarbij zitten ijsbrekers, oliebestrijdings- schepen die binnen een uur aan de slag kunnen en bijvoorbeeld een ijsbestendige tanker die olie kan opslaan als dat nood- zakelijk blijkt te zijn. DE KANSEN OP een olielek onder ijs zijn bij boringen niet zo groot. Boringen hebben immers alleen plaats als de zee vrij van ijs is, terwijl productie ook in de extreme winterse omstandigheden door gaat. Voor het zover is moet echter wel commercieel winbare oliereserve worden aangetoond. Gezien de korte zomerperiodes waarin gewerkt kan worden liggen er dus zeker nog de nodige jaren tussen voordat van productie sprake kan zijn. Er is dus nog tijd voor verder onderzoek en ontwikkeling van technologieën die specifi ek de veilig- heid in Arctisch gebied kunnen vergroten. Verschillende Nederlandse kennisinstituten en bedrijven hebben hun belangstelling getoond om daarbij betrokken te zijn. 


OLIE “ON THE ROCKS” De grootste nachtmerrie van natuurbeschermers is dat mogelijk gelekte olie wordt opgeslagen onder ijs. Op die manier is het namelijk niet meer bereikbaar voor mensen die gemorste olie uit de natuur wil- len halen - als de bestrijdings- diensten er al kunnen komen als gevolg van de zware ijsgang op zee, aanhoudende duisternis of gewoon heel koude temperaturen. Toch kunnen de koude omstan- digheden ook in het voordeel van de schoonmaakploegen zijn. In de kou verspreidt de olie zich namelijk minder snel over een groot oppervlak omdat het stroperiger wordt. Die vertraging biedt ook meer tijd om te kiezen voor de meest succesvolle manier van oliebe- strijding. Shell heeft chemica- liën die olie afbreken verbe- terd, waardoor effectiviteit van de chemische middelen bij lage temperaturen met 80 tot 90 procent is toegenomen. De drijvende dammen die verdere verspreiding van een olievlek op zee moeten tegengaan, zijn getest op hun levensduur bij ijsgang. Shell heeft samen met andere energiemaatschappijen rond Spitsbergen in 2009 proeven gedaan met het gecontroleerd laten branden van olievlekken in Arctische omstandigheden. Dat ziet er misschien niet fraai uit, maar is wel effectief. Door gecontroleerde verbranding tus- sen vuurvaste, drijvende afsluit- dammen wordt 80 tot 95% van de dikke olielaag omzet in gas, wordt 1 tot 10% omgezet in roet en blijft een vergelijkbaar percentage over als residu dat van het wateroppervlakte kan worden geschept. Het is een wetenschappelijke werkwijze die in de oliesector vaker gebruikt wordt.


Page 1  |  Page 2  |  Page 3  |  Page 4  |  Page 5  |  Page 6  |  Page 7  |  Page 8  |  Page 9  |  Page 10  |  Page 11  |  Page 12  |  Page 13  |  Page 14  |  Page 15  |  Page 16  |  Page 17  |  Page 18  |  Page 19  |  Page 20  |  Page 21  |  Page 22  |  Page 23  |  Page 24  |  Page 25  |  Page 26  |  Page 27  |  Page 28  |  Page 29  |  Page 30  |  Page 31  |  Page 32