Het is geen toeval dat er weinig mensen in Arctische gebieden wonen. Het klimaat is er onbarmhartig en weinig vergevingsgezind. En juist daar verwacht de Amerikaanse geologische dienst USGS grote olie- en gasreserves. Wie daar actief wil worden, zal veiligheid voor mens en milieu voorop moeten stellen.
KOUD HÈ? De kustwateren waar Shell wil boren bevin- den zich boven de noordelijke Poolcirkel. Aan land heerst een toendraklimaat. Gemid- deld komt het kwik er maar honderd dagen per jaar boven het vriespunt. Dat wil zeggen overdag. Op 322 dagen per jaar daalt de nachttemperatuur onder het vriespunt. Dat is ook in bijvoorbeeld hartje zomer (juli) het geval als het overdag een graad of zeven wordt. De Beaufortzee is dan vrij van ijs. In februari vriest het op het noordelijkste puntje van Alaska echter gemiddeld -31 graden. Een windkracht van 6 maakt dat het veel kouder aanvoelt. De laagste temperatuur die in Barrow is gemeten is -48 graden Celsius. Op diezelfde plek gaat de zon half novem- ber onder om eind januari pas weer op te komen. Tussen half mei en begin augustus daarentegen is de zon 24 uur per dag aanwezig - al heeft die regio wel gemid- deld 187 dagen per jaar mist en bewolking. Alleen in het voorjaar schijnt de zon volop.
DE PARADOX VAN MINDER IJS Zo op het eerste oog heeft de opwarming van de aarde ook zijn goede kanten voor de mensen die activiteiten willen ontplooien in het Poolgebied. Minder ijs immers verge- makkelijkt het varen met boten en daarmee dus het verkeer van mensen en apparatuur. Helaas is de werkelijkheid complexer. De opwarming van de aarde zorgt namelijk ook voor extremer weer. In het Arctische gebied van Alaska betekent dat méér stormen, zwaardere stormen en hogere golven. Het gevolg is dat de installaties die ontworpen moeten gaan worden niet alleen tegen extreme temperaturen en grote ijsmassa’s bestand moeten zijn, maar ook zware stor- men en hoge golven moeten kunnen weer- staan. Het maakt de uitdaging om veilig te kunnen opereren alleen maar groter.
Het spreekwoord heeft een oer-Hollandse achtergrond. Toch is het een wijsheid die in meerdere opzichten op de komende activiteiten van Shell in Alaska van toepas- sing is: niet over één nacht ijs gaan. SHELL IS AL MEER dan vijf jaar bezig met het onderzoeken naar manieren om veilig te kunnen werken in een van de meest onbarmhartige en kwetsbare gebieden van de wereld; de noordwest-kust van Alaska. Daarbij gaat het om veiligheid voor zowel mens als milieu, al zijn die twee niet altijd even duidelijk van elkaar te scheiden, aangezien de lokale bewoners één zijn met hun omgeving. JUIST DAAR naar olie te gaan zoeken vraagt om de grootst mogelijke voor- zorgsmogelijkheden, om te beginnen bij het handelen van de nieuwkomers in het gebied; de mens zelf is als het gaat om ongelukken statistisch gezien de grootste bron van zorg. Daar waar menselijk han- delen bij het boren naar olie essentieel is, zal alles zorgvuldig in protocollen vastge- legd, nageleefd en gecontroleerd moeten worden. HET IS EEN AANPAK die in de sector gemeengoed is geworden, al was het maar omdat de reputatie en daarmee de toekomst van het bedrijf op het spel staat. Toch heeft niet iedere maatschappij dezelfde staat van dienst als het gaat om ongevallen. WAT DAARBIJ HELPT is de ervaring. Shell heeft die in Arctische omstandigheden al in ruime mate opgedaan. Neem bijvoor- beeld het Russische Sakhalin, offi cieel sub-Arctisch, maar voor wat betreft de omstandigheden (ijs, afgelegen, duisternis) vergelijkbaar met Alaska. Daarmee zijn de prestaties op veiligheidsgebied belangrijk vergelijkingsmateriaal. In de eerste tien jaar na 1999 is er in totaal 670 liter olie weg- gelekt. Dat komt neer op 1 liter lekkage
op iedere 22 miljoen liter geproduceerde olie. HET IS GEEN REDEN om achterover te leu- nen bij het ontwikkelen van plannen voor het boren in de Beaufort- en Chukchizee, in tegendeel. Wat er nu ligt, voorzien van goedkeuring van verschillende autoriteiten, is een elkaar overlappende set van veilig- heidsmaatregelen, die er samen op gericht zijn schade aan het milieu te voorkomen - en als dat onverhoopt toch gebeurt, de schade tot een minimum te beperken. SHELL HEEFT inmiddels zes jaar studie in de wateren van Alaska achter de rug. De vergunningen en de voorbereidingen bij elkaar hebben zo’n 4 miljard dollar gekost. Met alle betrokken partijen zijn inmiddels ruim 450 bijeenkomsten geweest om de plannen te bespreken en aan te passen. Het heeft, samen met ervaring in Arctische omstandigheden elders, tot de overtuiging geleid dat Shell er veilig voor mens en milieu aan de slag kan. HET BETEKENT bijvoorbeeld dat Shell niet zal boren in de periode dat de inheemse bevolking traditioneel op walvissen jaagt. En verder wordt er onderzocht of het moge- lijk is om bij boringen om de installatie een gordijn van luchtbellen te leggen, waar- door walvissen geen last zullen hebben van mogelijk natuurverstorend geluid. Door meer dan 5000 studies van de afgelopen jaren, waarin zowel gebruik gemaakt is van de eeuwenoude lokale kennis van de bevolking als ook van de allernieuwste technologie, is veel kennis verzameld over het kwetsbare leefmilieu. De werkplannen houden zoveel mogelijk rekening met het ontzien daarvan. En dus worden ook het boorgruis en -vloeistoffen uit de Beaufortzee opgevangen en afgevoerd naar veilige opslagplekken in Oregon. DAT IS ALLEMAAL mooi en belangrijk maar het valt in het niet bij de nachtmerrie van