“We proberen bij Aquiris zo veel mogelijk droge stof, waaronder technisch zand, fosfaat maar ook biomassa, zoals biopolymeren voor bioplastic uit het slib te halen”, vertelt Bernard Lambrey, directeur patrimoniumbeheer en communicatie. Er lopen diverse innovatieprojecten die te maken hebben met droge stoffen, zo licht Lambrey toe.
“Waterzuiveringbedrijf Aquiris in Brussel is de proeftuin voor watertechnologie binnen Veolia en een pretpark voor technici”, glimlacht Bernard Lambrey. “Het is bovendien een van de modernste en het grootste waterzuiveringstation van België en West-Europa.” Deze dochteronderneming van Veolia Water exploiteert het waterzuivering- station sinds 2007 en tekende ook voor de ontwikkeling en de bouw aan het kanaal van Willebroek. Dagelijks wordt hier het afvalwater van 1,4 miljoen inwoners uit Brussel en de stadsrand behandeld, ofwel 275.000 m³ afvalwater.
Onder één dak
“Uniek is dat we hier alle technologieën onder één dak hebben voor behandeling van regenwater, vervuild water en slib”, vervolgt Lambrey. De waterzuivering gebeurt met de klassieke aerobe, bacte- riologische technologie in grote bezink- tanks. Hierbij wordt het slib dat ontstaat bij het zuiveren door de microbiële zuivering-
Aquiris beschikt over een eigen proefinstallatie voor biopolymeren
processen en zuiver water gescheiden. Het heldere water wordt geloosd op de rivier, de voorheen sterk vervuilde Zenne voor verdere, natuurlijke zuivering. Het slib wordt verder verwerkt. Vooraf worden in het bijzonder zand (1.900 ton), vet (1.200 ton) en zeefafval (1.800 ton per jaar) op klassieke wijze verwijderd uit het afvalwater. Voor zand en zeefafval worden grote zeven (10 mm maaswijdte)
gebruikt. Het vet komt snel bovendrijven na de injectie van microluchtbelletjes, waarna het wordt afgeschept.
99 procent minder slibvolume Dankzij innovatieve Oxidatie via Vochtige Weg (OVW-) technologie, ontwikkeld binnen Veolia Water, is Aquiris er allereerst in geslaagd het slibvolume met zo’n 99 procent te verminderen. De 60 ton droge stof in de 275.000 m³ afvalwater wordt
‘Dit bespaart heel wat ritten naar Duitsland’
46
Solids Processing Nr. 2 - april 2012
verlaagd tot uiteindelijk 15 ton mineraal eindafval. “Dit bespaart heel wat ritten naar Duitsland voor verbranding in de bruinkoolcentrales waar het slib wordt gebruikt als temperatuurregelaar”, zegt Lambrey over de duurzaamheidwinst. Het proces vindt op twee productielijnen plaats in een grote reactor bij 250°C en 50 bar, waardoor alleen mineralen over- blijven. In dit proces is het slib nog vloeibaar. Nadien wordt het gedecanteerd in bezinktanks uitgerust met roerders die het slib naar beneden drukken, waarna een droogstap volgt in een verwarmde (80°C) filterpers. Voorafgaand aan het OVW-proces vindt anaerobe fermentatie van het slib plaats, waarbij zo goed als alle fermenteerbare, organische stof wordt omgezet in kooldioxide en biomethaan voor de eigen energieproductie in de WKK-installatie.